DSM

DSM staat in de top-tien van duurzame bedrijven, maar op de werkvloer valt er nog het nodige te verbeteren. Wim Dekkers kreeg voor elkaar dat duurzaamheid een vast agendapunt werd op de vergaderingen van de or en de VGW-groepen van DSM.

Het gaat heel goed met duurzaamheid bij DSM. Welnee, DSM doet er nauwelijks iets aan. Twee stellingen die haaks op elkaar lijken te staan, maar eigenlijk allebei waar zijn. Het chemische bedrijf staat al meerdere jaren hoog in de top-10 van de Dow Jones Sustainability World Index, een ranglijst van 300 bedrijven uit 34 landen die duurzaamheid hoog in het vaandel hebben. In 2004, 2005, 2006 en 2009 was DSM zelfs het beste bedrijf in de chemische sector. Het terugdringen van CO2-uitstoot, gebruik van minder milieubelastende materialen en stoffen, de ontwikkeling van tweede generatie biobrandstoffen, deelname aan het Wereldvoedselprogramma van de Verenigde Naties; het zijn allemaal activiteiten waar DSM hoge ogen mee gooit. “Innovatie, het gebruik van de nieuwste technieken waarbij duurzaamheid een grote rol speelt, is heel belangrijk bij DSM”, zegt Wim Dekkers, al jaren or-lid bij DSM Limburg en zeer actief binnen FNV Bondgenoten. “Maar op de werkvloer staat het denken over duurzaamheid nog in de kinderschoenen.”

 Carpoolen

Mobiliteit, energieverbruik, afvalscheiding….Dekkers zou willen dat DSM net zoveel aandacht had voor duurzaamheid bij de dagelijkse werkzaamheden als voor het verbeteren van de producten en productieprocessen, maar zo ver is het nog lang niet. Neem mobiliteit: de gemiddelde DSM-medewerker komt met de auto naar zijn werk. “Er was busvervoer voor de DSM-medewerkers. Er reden 75 bussen door heel Limburg. Maar dat heeft DSM tien jaar geleden afgeschaft. En eigenlijk wel terecht. Want er waren routes die maar gebruikt werken door één persoon.” Kan Dekkers zo’n beslissing nog wel volgen, dat ook carpoolen zo goed als onmogelijk is, kan bij hem op minder begrip rekenen. “Als er meerdere mensen uit één ploeg uit dezelfde plaats komen, is poolen vanzelfsprekend. Maar dan worden de roosters weer veranderd en valt zo’n clubje uit elkaar. Daar wordt bij het roosteren niet op gelet. Daar kan ik heel kwaad om worden.”  

Ook het dagelijkse energieverbruik heeft niet de aandacht die het zou moeten hebben, vindt Dekkers. “Zuinig zijn met energie zou in de genen van de medewerkers moeten zitten, maar onze fabrieken verspillen energie, bijvoorbeeld omdat men machines langer laat draaien dan nodig is.” Er waren ooit wel ‘energiebewakingsprojecten’, zegt hij, maar die leefden vooral in financieel zware tijden, als iedereen doordrongen was van de noodzaak om geld te besparen. “Dat is allemaal weer weggezakt.”

 Afvalscheiding

Dekkers ziet wat dat betreft een vreemde scheiding tussen het leven op het werk en daarbuiten. Energie besparen is thuis heel normaal, en thuis komt ook het plastic niet meer tussen de aardappelschillen terecht. Maar plastic afval scheiden gebeurt bij DSM niet. ”In de maatschappij zijn er allerlei ontwikkelingen op het gebied van afvalscheiding, maar binnen bedrijven doen we alsof de tijd stilstaat.” Niet dat bij DSM alles op de grote hoop komt. Er zijn containers voor klein chemisch afval, voor asbestrestanten en het ‘gewone’ restafval en organische stoffen worden afgetapt. Maar medewerkers doen soms maar wat. Dekkers: ”Er zijn mensen die handschoenen met chemicaliën tussen het restafval gooien.” En dan stuurt Van Gansewinkel, het bedrijf dat het afval van DSM ophaalt, zo’n container weer terug. “Over dat soort dingen werd dus niet gepraat op de werkvloer. Niet structureel.” 

 Veiligheid en duurzaamheid

Er zijn bij DSM Limburg dus genoeg zaken om aan te pakken en Dekkers en twee collega’s gingen voor Duurzaam Werken daarom aan de slag bij businessunit DSM Fiber Intermediates op het Chemelotindustrieterrein in Sittard. De grote vraag: hoe pakken we het aan? Dekkers besloot om de vakbondsbestuurder erbij te betrekken. Daarnaast zocht hij aansluiting bij de or, die via de ‘Eenheid Vertrouwensmedewerkers’ nauwe contacten heeft met de werkvloer. Last but not least stelde hij duurzaamheid aan de orde in de zogenaamde BBS-werkgroepen op de werkvloer. BBS staat voor behaviour based safety, oftewel: veiligheid op basis van gedrag. Doel van die BBS-werkgroepen is om de veiligheid op het werk te vergroten door onveilig gedrag terug te dringen. Die werkgroepen komen bij elkaar en praten over problemen die door onveilig gedrag zijn ontstaan en doen voorstellen voor verbetering. “In die BBS-groepjes moest het gebeuren vonden wij, want die hebben direct contact met de werkvloer.” Veiligheid en duurzaamheid hebben ook raakvlakken, vindt Dekkers. “Zowel het bevorderen van veiligheid als duurzaamheid, heeft te maken met het gedrag van mensen.” Daar komt nog bij dat veiligheid een onderwerp is dat bij de DSM-medewerkers al wel ‘tussen de oren zit.’ “Daarvan snappen mensen wel dat het belangrijk is.”

 Het staat op de agenda

Inmiddels is het gelukt om duurzaamheid op de werkvloer bespreekbaar te maken. Het is een vast agendapunt bij het overleg van de BBS-werkgroepen, net als bij de OR en de VGWM-commissie. Energiebesparing, het terugdringen van allerlei soorten afval en optimalisatie van het milieupark zijn de eerste zaken die men wil aanpakken..

Dekkers is tevreden met dit resultaat.  “Het grootste succes is dat we duurzaamheid op de agenda hebben weten te krijgen in die overlegstructuren. Want dat is niet gemakkelijk  in zo’n grote organisatie als DSM.” Hierbij heeft hij veel aan het project Duurzaam Werken gehad. “Ik ben veel met duurzaamheid bezig, maar ik voelde me wel een beetje een roepende in de woestijn. Het belang van het project zit hem voor mij dan ook niet zo zeer in technische kennis. Voor mij waren de bijeenkomsten belangrijk omdat je elkaar daar kan prikkelen en inspireren. Dat mag ook niet verloren gaan. Want duurzaamheid wordt heel belangrijk. In de hele maatschappij, dus ook in bedrijven.”

Wat Dekkers betreft, gaat het om niet minder dan een revolutie.  ”We hebben een industriële revolutie achter de rug, een ICT-revolutie en de nieuwste revolutie draait om duurzaamheid. Dat heeft invloed op ons hele leven en op onze maner van werken. Dat gaat uiteindelijk veel verder dan eens een lampje uitdoen. Het gaat om onze hele toekomst.”

 Gouden tips

  • Breng in kaart wat de tekortkomingen zijn op het gebied van duurzaamheid in je bedrijf en  breng structuur aan in wat je wilt. In het wilde weg roepen om meer duurzaamheid werkt niet
  • Betrek de vakbond en de or bij je plannen
  • Sluit aan bij bestaande overlegstructuren
  • Wissel kennis uit met gelijksoortige bedrijven en organisaties, wie weet heeft een ander al een oplossing gevonden voor een probleem waar jij ook mee zit
  • Om het vol te houden: houd voor ogen dat je een voorbeeldfunctie hebt; als jij iets voor elkaar krijgt, kunnen andere bedrijven dat overnemen

  



Met duurzaam werken kunnen we de economische crisis te lijf