Sociale duurzaamheid geen ver-van-mijn-bed-show
vrijdag, 06 augustus 2010 12:13
'Iets met ontwikkelingslanden en kinderarbeid en zo', denken mensen vaak als het gaat om de sociale kant van duurzaamheid. Maar dat is een te beperkt beeld, vertelde Zwanny Naber, adviseur bij FNV Bondgenoten, tijdens de netwerkbijeenkomst van Duurzaam Werken op 24 juni.
Sociale duurzaamheid draait om veilig en gezond werk, een leefbaar loon voor iedereen, sociale zekerheid en vakbondsrechten en dat zijn zaken die voor iedere werknemer, waar ook ter wereld, van belang zijn. Maar hoe maak je je collega's nu duidelijk dat dit ook een belangrijk aspect van duurzaamheid is? Liesbeth Jansen, adviseur Kaderopbouw FNV Bondgenoten, liet in een workshop 'overtuigen' zien dat een ander overtuigen begint met contact maken. Wie dat tot stand heeft gebracht, moet vervolgens niet als een missionaris proberen een ander te bekeren, maar vragen stellen. "Vraag naar de ideeën van anderen over het onderwerp, zo neem je mensen mee."
De drie P’s horen bij elkaar
Sociale duurzaamheid mag dan apart benoemd worden, het staat niet los van andere aspecten van duurzaamheid, zei Zwanny Naber. People, planet en profit, de drie p’s waar het bij duurzaamheid om draait, kan je niet uit elkaar halen. Ze noemde als voorbeeld het gebruik van bestrijdingsmiddelen in de landbouw. Wie daarmee werkt, moet beschermd worden tegen gevaarlijke stoffen (people), maar het is ook zaak om zo min mogelijk gif te gebruiken om het milieu niet te belasten (planet) en je moet ook kijken hoe je dit alles doet zonder dat het bedrijf naar de knoppen gaat (profit).
Verder kan je als het om sociale duurzaamheid gaat ook niet doen alsof Nederland een eiland is dat niets met de rest van de wereld te maken heeft. Om te beginnen is het buitenland dichterbij dan je denkt. Zijn de rechten van veel Nederlandse werknemers aardig gewaarborgd, de Polen die hier bijvoorbeeld asperges komen steken of in de bouw werken, staan er niet bepaald florissant voor. Ze worden vaak onderbetaald, maken lange dagen en moeten idioot veel betalen voor hun woonruimte. Verder opereren veel bedrijven op de internationale markt of kopen op zijn minst grondstoffen of producten in, in andere landen. En dan is bijvoorbeeld kinderarbeid ook dichterbij dan op het eerste gezicht lijkt. Nederland laat kinderen niet werken, maar hoe zit het met de tak van je bedrijf in India? Of hoe zit het met de vakbondsrechten van het bedrijf in Colombia waar je grondstoffen inkoopt?
Nederland en sociale duurzaamheid
Maar ook Nederlandse werknemers hebben te maken met de aspecten waar het bij sociale duurzaamheid om draait. Niet elk thema hoeft hier zwaar bevochten worden, maar zeggenschap van werknemers in bedrijven, bijvoorbeeld om in gezamenlijk overleg het werk te verduurzamen, gaat ook hen aan. En een punt als sociale zekerheid en werkzekerheid houdt ook in Nederland de gemoederen bezig. Zo komt er in Nederland bijvoorbeeld steeds meer flexwerk, wat ten koste gaat van de werkzekerheid voor mensen. En de duur en hoogte van uitkeringen staat in de politiek voortdurend ter discussie.
Het zijn bij uitstek de thema’s waar de FNV zich mee bezig houdt, zei Naber. En omdat Nederland geen eiland is, gebeurt dat niet alleen op nationaal, maar ook op internationaal niveau. In internationale vakorganisaties, maar ook in ILO-verband. De ILO (International Labour Organisation), een VN-organisatie, legt in internationale verdragen de rechten van werknemers en werkgevers vast en ziet toe op de naleving van die verdragen. Sociale duurzaamheid speelt bij de ILO een grote rol.
Anderen overtuigen
Om de deelnemers handvatten te geven om sociale duurzaamheid in hun bedrijf aan de orde te stellen, maakte Liesbeth Jansen gebruik van de technieken die ze kaderleden leert om van cao-trajecten ook echt een collectieve arbeidsovereenkomst te maken waar iedereen bij betrokken is en zijn zegje over heeft gedaan. Alles staat of valt bij het maken van contact, zei Jansen. En daarvoor is het belangrijk om te weten wie je zelf bent en wat je wilt, wie je collega’s zijn en wat ze willen en waar je ze precies van wilt overtuigen of aan mee wilt laten doen. Jansen begon daarom met vragen wat de deelnemers aan de bijeenkomst zelf had overtuigd van het belang van het project ‘Duurzaam werken’. De antwoorden liepen uiteen van “Dat wat je thuis aan het milieu doet ook op je werk doen”, tot “Ik ben voor dit project gevraagd”, tot “dit project was de perfecte aanleiding om eindelijk iets met maatschappelijk verantwoord ondernemen te gaan doen”. Dat ze dat niet alleen hoefden te doen, speelde daarbij voor de deelnemers ook een grote rol: “Je komt elkaar tegen bij dit project en daardoor krijg je inspiratie en energie.”
Enthousiasme
Jansen vond enthousiasme een goed uitgangspunt om andere mensen bij het project te betrekken. “Ga uit van je eigen enthousiasme en geef andere mensen ruimte om mee te doen.” Essentieel begin is dus om met collega’s in gesprek te raken. En dan is je verhaal op een goede manier vertellen belangrijk, maar bijna nog belangrijker is vragen stellen. “Je moet je verdiepen in een ander om erachter te komen wat er leeft.” Pas daarna kan je mensen gaan overtuigen van je ideeën. Bij het presenteren van die ideeën is het verder belangrijk om ze positief te formuleren (Niet: je moet de lichten uitdoen in de pauze, maar: we kunnen heel veel geld besparen als we de lichten uitdoen in de pauze), bezwaren van mensen niet wegwuiven, maar serieus nemen, en ook luisteren naar de ideeën van anderen.


