“Praat over wantrouwen tegen thuiswerken"

Thuiswerken wordt steeds populairder, maar niet iedereen wil eraan. Want dóen mensen thuis wel wat? Liggen ze niet gewoon lekker voor de buis? Leidinggevenden vertrouwen het vaak niet en collega’s vertrouwen elkaar ook niet altijd. Hoe neem je dat wantrouwen weg? “Maak die weerstanden bespreekbaar”, antwoordt Anja Dijkman, bestuurder bij FNV Bondgenoten en medewerkster van het Kenniscentrum Werk & Vervoer, op die vraag.

Kansen en angsten

Thuiswerken levert een werknemer een hoop op: je staat minder in de file, je levert je bijdrage aan vermindering van de CO2-uitstoot en je hebt ook nog eens tijd om de kinderen van school te halen. En ook de werkgever mag er blij mee zijn als zijn medewerkers een deel van de tijd thuiswerken: mensen willen graag werken voor een baas van wie thuiswerken mag,  hij bespaart energie, en….zijn medewerkers zijn productiever. Want dat zijn de feiten: mensen doen thuis niet minder dan op kantoor, maar meer. Maar hoe overtuig je medewerkers en leidinggevenden daarvan? “Neem de tijd om over alle aspecten die bij thuiswerken horen na te denken en te praten”, zegt Dijkman. “Praat over de kansen, maar ook over de angsten en bezwaren. Dan gaan mensen nadenken en dat is een hele goede stap in de richting. Vraag ook aan medewerkers en leidinggevenden wat ze nodig hebben om  thuiswerken mogelijk te maken. Om koudwatervrees weg te nemen, kun je eens een proef doen met thuiswerken.”

Vertrouwen

De mogelijkheid om thuis te werken, voer je niet zomaar in, zegt Dijkman. “Het vraagt om een cultuurverandering en om ander beleid  dat krijg je niet van de ene op de andere dag voor elkaar.” Veel leidinggevenden zijn namelijk gewend om productiviteit af te meten aan aanwezigheid.  ‘Niet aanwezig, is niet productief’, is simpelweg de gedachtegang. Hetzelfde geldt voor de medewerkers. ‘Als mijn collega niet op kantoor is, is hij vrij’, denken die. Dijkman: “Terwijl het bij werk eigenlijk niet gaat om aanwezigheid of uren maken, maar om het behalen van resultaten. Dat is een hele andere manier om naar werk te kijken.” Een leidinggevende moet af van zijn controledwang. “Die moet erop vertrouwen dat een medewerker doet wat hij moet doen. En de medewerker moet erop kunnen vertrouwen dat zijn leidinggevende hem daarop beoordeelt en niet op zijn aanwezigheid.”

Maak goede afspraken

Met alleen sturen op resultaten ben je er nog niet. Je moet ook goede afspraken maken over de dagelijkse gang van zaken, voegt Dijkman eraan toe. “Je moet bijvoorbeeld afspreken welke taken op kantoor moeten worden uitgevoerd, en welke thuis kunnen worden gedaan. En het is ook wel handig dat mensen op kantoor zijn als er werkoverleg is. Of dat er elke dag tenminste één medewerker op een afdeling aanwezig is, zodat die bemensd is.”
Als een bedrijf of organisatie een modus vindt om met dat soort zaken om te gaan, is thuiswerken een prachtig middel om mobiliteit te verminderen. Al moet het ook weer geen dogma worden, benadrukt Dijkman. “Sommige mensen willen helemaal niet thuis werken. Die houden werk en thuis het liefst gescheiden. Daar moet je ook oog voor houden.” En als veel mensen wantrouwen tegen thuiswerken houden, begin er dan maar niet aan, zegt ze. “Want dan krijg je een verschrikkelijke sfeer.”



Met duurzaam werken kunnen we de economische crisis te lijf
 


DSM

DSM staat in de top-tien van duurzame bedrijven, maar op de werkvloer valt er nog het nodige te verbeteren. Wim Dekkers kreeg voor elkaar dat duurzaamheid een vast agendapunt werd op de vergaderingen van de or en de VGW-groepen van DSM.

Lees meer...